Clottemans, Els Clottemans. Geen naam ging de laatste weken zo vaak over de tong als deze: op de werkvloer, in het café, aan de huistafel. Iedereen kan erover meespreken en zowat iedereen had er een uitgesproken mening over. Het is dan ook eenvoudig een mening te hebben van op afstand. Meer dan een buikgevoel of cafépraat is het niet. Om een echt oordeel te kunnen vellen moet je het hele dossier kunnen en willen inlezen.
Daarbij moeten we uitgaan van de vooronderstelling dat het dossier correct werd samengesteld. Een onderzoek, met name, à charge et à décharge. Een onderzoek, dat alle pistes overweegt. Een onderzoek dat vrij van vooroordelen gevoerd kan worden. Daar moeten we van uitgaan, anders is een rechtsstaat onwerkbaar.
Op basis van alle elementen uit een onderzoek kan een pleidooi worden opgebouwd. Zowel door het openbaar ministerie, de verdediging van het slachtoffer als de verdediging van de ‘mogelijke’ dader. Het woord tussen aanhalingstekens wordt vaak over het hoofd gezien. Op basis van al die elementen wordt een verhaal uitgebouwd naargelang de versie van de feiten. Dat wordt tijdens de looptijd van het proces zorgvuldig opgebouwd tot een hoogtepunt bij de slotpleidooien.
Stelt u zich nu eens in de plaats. Neem plaats op de beschuldigden bank. Stel u zich voor dat u daar zit. Een pyschiater neemt plaats op de getuigenbank. Hij zegt vastgesteld te hebben dat één of meerdere persoonlijkheidsstoornissen op u van toepassing zijn. Dat lijkt me niet zo onaannemelijk, niet? Iedereen kan op de één of andere manier onder een persoonlijkheidsstoornis onder gebracht worden. Niemand is de middelmaat. Elk karakter zal uitgesproken kanten hebben, zeker als erop gefocust wordt.
Stel u voor dat u daar ging in de lucht, als onervaren spring(st)er. Stel u voor dat u ziet dat een van uw medespringsters te pletter stort. Stel u vervolgens voor dat u godzijdank wel goed op de grond landt. Een gevoel van shock zal wellicht over uw neerdalen. U handelt niet meer hoe u normaal zou reageren. Door uw onbeholpen reactie richt de politie zijn peilen op u. Ze beginnen u te ondervragen en u slaat in paniek. U begint leugens te verzinnen uit angst, angst om beschuldigd te worden van iets wat u niet gedaan hebt.
Hierdoor blijven de onderzoekers u ondervragen. Ze stellen inconsistenties vast. Ze willen u aan een test met leugendetector onderwerpen. U weigert. U weet dat u reeds gelogen hebt uit angst. U weet dat u mogelijk weer zal liegen uit zelfbescherming. U hebt geen vertrouwen in de leugendetector omdat u een zenuwachtig persoon bent en u vermoedt dat een leugendetector daarop reageert.
U hebt het gevoel al teveel gezegd te hebben. U keert zich naar binnen want alles wat u zegt wordt tegen u gebruikt. U kaatst daarom alle vragen bot af. Eens in de rechtszaal kijkt u onbewogen recht voor u uit. Anders handelen zou u namelijk nog meer kunnen compromitteren.
Stelt u zich dat allemaal eens voor beste jury! Hoe zou u in dezelfde situatie mogelijk kunnen reageren?
Het recht heeft gesproken en het arrest is geveld. Mevrouw Clottemans gaat dertig jaar de cel in. Ik hoop dat de jury het bij het rechte eind had. Ik hoop dat de onderzoekers alle pistes hebben onderzocht. Ik hoop dat ik via de media slechts een gedeelte van het verhaal gehoord heb. Ik hoop dat advocaat Jef Vermassen met een gerust geweten kan gaan slapen na zijn uitermate arrogante tussenkomst na de bekendmaking van de beslissing van de jury.
En ik hoop vooral dat ik nooit in de plaats van mevrouw Clottemans moet treden, want ik vrees dat ik misschien wel onterecht de gevangenis in zou kunnen vliegen voor dertig jaar in een gelijkaardig geval. En daarmee doe ik geen uitspraak over de schuld of onschuld in dit geval bij gebrek aan informatie. Ik hoop alleen dat de rechtspraak haar werk doet en zal blijven doen als ik daar ooit zou staan, schuldigen veroordelen en onschuldigen vrijlaten.